Schoen zetten doe je meestal vanaf de intocht van Sinterklaas tot aan pakjesavond. Er is geen vaste regel voor de dag of het aantal keren: veel gezinnen kiezen één of twee vaste avonden per week. Juist die duidelijkheid maakt het ritueel fijn, want voor kinderen is de sinterklaastijd al spannend genoeg.
Wanneer zet je je schoen?
De meeste kinderen zetten hun schoen voor het eerst nadat Sinterklaas in Nederland is aangekomen. Dat is vaak half november. Vanaf dat moment zie je in veel huizen schoenen bij de haard, voordeur, achterdeur of vensterbank staan, met een wortel erin en een liedje erbij.
Een handige richtlijn: kies vaste schoenzetavonden. Bijvoorbeeld woensdag en zaterdag. Dan weet je kind waar het aan toe is en hoef je niet elke avond te onderhandelen aan de keukentafel, terwijl de pyjama al aan is en de tandenborstel ergens kwijt.
| Situatie | Wat werkt meestal goed? |
|---|---|
| Peuters en kleuters | 1 keer per week, kort en voorspelbaar |
| Groep 3 en 4 | 1 of 2 vaste avonden per week |
| Oudere kinderen | Samen afspreken, vaak minder vaak |
| Drukke weken thuis | Liever weinig en rustig dan vaak en rommelig |
| De week van pakjesavond | Nog één keer schoen zetten, of juist niet meer |
Sommige gezinnen koppelen schoen zetten aan het Sinterklaasjournaal. Na een aflevering mag de schoen klaarstaan, zeker als er in het verhaal iets gebeurt met het paard, de pakjes of de Pieten. In de klas kun je het journaal ook gebruiken als rustige kapstok voor gesprek en taal; lees dan ook hoe je het Sinterklaasjournaal in de klas slim inzet.
Hoe zet je je schoen?
Het ritueel is simpel, en dat is precies de kracht. Een kind zet een schoen klaar, legt er iets in voor het paard of voor Sinterklaas, zingt een liedje en vindt de volgende ochtend iets kleins terug.
Zo kan het eruitzien:
- Kies een plek: bij de haard, kachel, voordeur, achterdeur, radiator of vensterbank.
- Zet één schoen neer. Eén is genoeg; een hele rij laarzen voelt al snel als een bestelling.
- Leg er iets bij, zoals een wortel, stukje hooi, tekening of verlanglijstje.
- Zing samen één of twee sinterklaasliedjes.
- Spreek af dat er ’s ochtends pas gekeken wordt, niet midden in de nacht.
Voor jonge kinderen helpt het als de volgorde steeds hetzelfde is. Eerst pyjama aan, dan schoen zetten, liedje zingen, naar bed. Bij kinderen die snel gespannen raken, kun je het nog concreter maken: “Sinterklaas komt niet in je kamer. De schoen staat bij de voordeur.” Dat haalt vaak al een groot deel van de spanning weg.
Wat leg je in de schoen?
Vanuit het kind gezien gaat er meestal iets ín de schoen voor Sinterklaas of het paard. Vanuit de volwassenen komt er ’s nachts iets kleins voor terug. Het hoeft niet groot te zijn. Sterker nog: hoe groter de eerste schoencadeaus, hoe lastiger het wordt om de rest van de weken normaal te houden.
Kinderen leggen vaak dit klaar:
- een wortel voor het paard;
- een suikerklontje of stukje appel;
- een tekening;
- een briefje of verlanglijstje;
- een zelfgemaakt knutselwerkje.
In de schoen vinden kinderen vaak iets kleins, zoals pepernoten, een mandarijn, een chocolademunt, een stickervel, een potlood, een gummetje of een klein boekje. Een schoencadeautje is geen tweede pakjesavond. Juist een klein gebaar past bij de traditie.
Wil je het minder cadeaugericht maken, wissel dan af. De ene keer iets lekkers, de andere keer een briefje van Sint, een opdrachtje of een grapje. Bijvoorbeeld: “De wortel was lekker, maar het paard heeft per ongeluk één hap uit je appel genomen.” Dat soort kleine sporen doen vaak meer dan een plastic cadeautje van drie euro.
Waar komen de tradities vandaan?
Schoen zetten is een oude sinterklaasgewoonte. Vroeger zette men de schoen bij de haard, omdat dat de plek was waar warmte, licht en huiselijkheid samenkwamen. In verhalen konden Sint en zijn helpers via de schoorsteen bij de schoen komen. In huizen zonder haard verhuisde de schoen gewoon naar een praktische plek: bij de deur, onder de brievenbus of bij de verwarming.
De wortel of het hooi is bedoeld voor het paard van Sinterklaas. Dat maakt het ritueel voor kinderen logisch: jij zorgt voor het paard, Sint laat iets achter. Het liedje hoort er ook bij. Door te zingen laat je weten dat de schoen klaarstaat, maar het is net zo goed een manier om spanning om te zetten in iets gezamenlijks.
Niet elk gezin doet het hetzelfde. Bij de één hoort er altijd een mandarijn in de schoen, bij de ander een chocoladeletter. Sommige kinderen zetten een laars, anderen een pantoffel. Er zijn gezinnen waar de schoen alleen op zaterdag mag, en gezinnen waar Sinterklaas heel duidelijk “niet elke nacht tijd heeft”. Die verschillen zijn geen probleem. Tradities blijven juist bestaan doordat families er hun eigen draai aan geven.
Meer achtergrond en ideeën rond het feest staan bij het thema Sinterklaas.
Schoen zetten thuis zonder stress
Voor kinderen kan schoen zetten spannend zijn. Leuk spannend, maar soms ook té spannend. Vooral kleuters kunnen ineens vragen of Sint echt binnenkomt, of Piet door het raam kijkt, of het paard de trap op kan. Neem die vragen praktisch serieus, zonder het groter te maken dan nodig.
Zinnetjes die helpen:
- “De schoen staat beneden, daar blijft alles.”
- “Sint komt alleen kijken bij de schoen, niet in slaapkamers.”
- “We zetten de schoen op woensdag en zaterdag. Op andere dagen niet.”
- “Je hoeft niet wakker te blijven. Sint komt juist als kinderen slapen.”
Een kalender werkt vaak goed. Zet kleine schoentjes, stickers of kruisjes op de afgesproken dagen. Dan hoef je minder vaak “nee” te zeggen, want de afspraak staat er al.
Pas ook op met dreiging. “Als je niet luistert, komt er niks in je schoen” maakt het feest voor sommige kinderen onnodig beladen. Je kunt beter los van gedrag afspreken hoe vaak de schoen gezet wordt. Rust in huis is in november en december soms al een cadeau op zich.
Schoen zetten op school
In de klas werkt schoen zetten vooral goed als je het klein houdt. Bij groep 1 en 2 kan het een magisch moment zijn, bij groep 3 en 4 vaak nog net zo. Vanaf groep 5 verschilt het sterk per klas: sommige kinderen spelen graag mee, anderen zitten al meer in de knipoogfase.
Een praktische aanpak voor school:
- Laat kinderen een gymschoen, zelfgevouwen schoentje of papieren schoen klaarzetten.
- Kies één moment in de week, niet elke dag.
- Laat de klas samen zingen aan het einde van de dag.
- Leg de volgende ochtend iets kleins neer: pepernoten, een briefje, een raadsel of een mini-opdracht.
- Houd het gelijk voor iedereen.
In een drukke groep kan het sinterklaasfeest snel veel prikkels geven. Schoenen, rommelpiet, surprises, liedjes, pakjes, geheime briefjes: het stapelt op. Dan helpt het om de tradities te spreiden. Voor meer houvast kun je kijken naar tips voor rust houden in een drukke sinterklaastijd.
Je kunt schoen zetten ook verbinden aan een lesactiviteit. Laat kinderen een brief aan Sint schrijven, een verlanglijstje sorteren op klanken, pepernoten tellen of een plattegrond maken van de route naar de klas. Voor groep 3 en 4 sluiten veel opdrachten mooi aan bij taal en rekenen; zie ook deze sinterklaasactiviteiten voor groep 3 en 4.
Kleine variaties op de traditie
Wie het schoen zetten wat minder voorspelbaar wil maken, hoeft niet meteen groter uit te pakken. Kleine variaties zijn vaak genoeg.
Een paar ideeën:
- Briefje terug: Sint bedankt voor de tekening of stelt één vraag.
- Raadsel in de schoen: het antwoord wijst naar een mandarijn in de keuken.
- Samen delen: er ligt één zakje pepernoten voor alle kinderen samen.
- Opdrachtje: “Zing vandaag een liedje voor iemand die het nog niet heeft gehoord.”
- Sporen: een paar kruimels, een veegje hooi of een halve wortel met een hap eruit.
Houd de toon luchtig. Kinderen hoeven niet te geloven dat er een complete filmset door het huis is getrokken. Een schoen, een liedje, iets kleins en een beetje verwondering: daar draait de traditie al generaties lang prima op.



