De Kinderboekenweek 2026 is de 72e editie en loopt van 30 september t/m 11 oktober 2026. Het thema is Spot aan!: een uitnodiging om boeken te koppelen aan theater, muziek, dans, musical en verhalen vertellen. Het Kinderboekenweekgeschenk is Terug naar de schoenenboom van Milouska Meulens, met illustraties van Hedy Tjin.

Wat weten we over Kinderboekenweek 2026?

De vaste kern is duidelijk: de Kinderboekenweek duurt anderhalve week, valt aan het begin van het schooljaar en draait in 2026 om podiumkunsten en verhalen. Dat maakt het thema breed genoeg voor groep 1 tot en met 8, zonder dat iedere klas meteen een musical hoeft te bouwen.

Onderdeel Feiten voor 2026
Editie 72e Kinderboekenweek
Periode 30 september t/m 11 oktober 2026
Thema Spot aan!
Inhoud Theater, muziek, dans, musical en verhalen vertellen
Geschenk Terug naar de schoenenboom
Auteur geschenk Milouska Meulens
Illustraties Hedy Tjin

Wie alle artikelen rond dit thema wil bundelen, kan starten bij de Kinderboekenweek-hub. Handig als je als school al in juni of september wilt plannen, in plaats van op maandagmorgen nog snel een boekenkist te zoeken.

Wat betekent Spot aan! eigenlijk?

Spot aan! klinkt als: zet iemand in het licht. Dat kan letterlijk op een podium, maar ook klein: een kind dat een gedicht voordraagt, een prentenboek dat met geluiden wordt voorgelezen, een groepje dat een scène uit een verhaal naspeelt.

Het thema past bij boeken waarin optreden, durf, fantasie of jezelf laten zien een rol spelen. Toch hoeft niet elk boek over theater te gaan. Een spannend verhaal kan een hoorspel worden. Een informatief boek over dieren kan eindigen in een dierenjournaal. Een sprookje kan veranderen in een schimmenspel.

Voor kinderen die graag bewegen of spelen, is dit een thema waar lezen vanzelf actiever wordt. Voor stillere kinderen vraagt het wat zorg. Niet iedereen wil in de spotlights staan, en dat hoeft ook niet. Rollen achter de schermen tellen net zo goed mee: verteller, geluidenmaker, decorbouwer, kaartjesmaker, interviewer of regisseur.

Kansen per bouw

Spot aan! werkt anders in groep 1 en 2 dan in groep 7 en 8. Door per bouw een andere insteek te kiezen, blijft het haalbaar en passend.

Groep 1 en 2

Kleuters reageren vaak sterk op spel, stem en herhaling. Kies prentenboeken met duidelijke personages en een paar terugkerende zinnen. Laat kinderen een dierengeluid maken, een emotie uitbeelden of met sjaaltjes bewegen op muziek die bij het verhaal past.

Een activiteit hoeft maar tien minuten te duren. Lees bijvoorbeeld een prentenboek voor en laat daarna drie kinderen een klein stukje naspelen: iemand klopt op de deur, iemand schrikt, iemand lost het probleem op. De rest van de klas is publiek en mag raden welk moment uit het boek te zien was.

Groep 3 en 4

In groep 3 en 4 zijn veel kinderen bezig met technisch lezen: woorden vlot en goed verklanken. Theaterlezen past daar goed bij. Kinderen lezen een tekst met rollen, waardoor herhaald lezen minder voelt als oefenen en meer als optreden.

Kies korte dialogen, moppen, versjes of scènes uit een boek. Laat duo’s eerst fluisterend oefenen, daarna met stemmetjes. Een kind dat nog langzaam leest, kan een korte rol krijgen met terugkerende zinnen. Zo blijft meedoen haalbaar.

Groep 5 en 6

Deze groepen kunnen al meer met sfeer en presentatie. Denk aan een boekenreclame van één minuut, een mini-musical rond een hoofdstuk of een tableau vivant: een stilstaand beeld waarin de rest van de klas raadt welke scène wordt uitgebeeld.

Laat kinderen bewust kiezen: welk geluid past bij dit verhaal? Welke houding laat zien dat iemand bang, trots of boos is? Zo gaat het niet alleen om optreden, maar ook om tekstbegrip.

Groep 7 en 8

Bovenbouwleerlingen kunnen het thema gebruiken voor boekverwerking, presenteren en creatief schrijven. Laat groepjes een trailer maken zonder filmcamera: alleen met live scènes, muziek en korte zinnen. Of laat ze een talkshow spelen waarin de presentator een hoofdpersoon interviewt.

Ook interessant: bespreek wie er in verhalen vaak in de spotlight staat en wie juist niet. Welke personages krijgen een stem? Wie vertelt het verhaal? Dat gesprek past goed bij boeken die over identiteit, moed of erbij horen gaan.

Het Kinderboekenweekgeschenk: Terug naar de schoenenboom

Het Kinderboekenweekgeschenk van 2026 is Terug naar de schoenenboom van Milouska Meulens, geïllustreerd door Hedy Tjin. Voor scholen en ouders is zo’n geschenk vaak een mooie aanleiding om één boek centraal te zetten. Niet omdat iedereen hetzelfde moet lezen, maar omdat een gedeelde titel gesprekken losmaakt.

Je kunt rond het geschenk bijvoorbeeld werken met voorspellen. Laat kinderen kijken naar de titel: wat zou een schoenenboom kunnen zijn? Is het een echte boom, een herinnering, een fantasieplek? Na het lezen of voorlezen kunnen kinderen hun eerste idee vergelijken met het verhaal.

Illustraties verdienen ook aandacht, zeker bij een illustrator als Hedy Tjin, die bekendstaat om kleur, beweging en expressieve beelden. Laat kinderen één illustratie kiezen en daar een scène bij maken. Wat gebeurde vlak vóór dit beeld? Wat gebeurt erna? Zo verbind je kijken, lezen en vertellen zonder dat er meteen een boekverslag op tafel ligt.

Van thema naar schoolprogramma

Een Kinderboekenweek wordt sterker als je één lijn kiest. Niet twaalf losse opdrachten, maar een paar vaste momenten die door de school heen terugkomen. Bijvoorbeeld: elke ochtend vijf minuten voorlezen met geluid, elke klas maakt één podiumboekenkast, en op vrijdag is er een open podium met korte bijdragen.

Voor een schoolbrede aanpak helpt het om drie keuzes vooraf te maken:

  1. Welke boeken staan centraal in de onderbouw, middenbouw en bovenbouw?
  2. Komt er een gezamenlijke opening of afsluiting?
  3. Wat doen kinderen die niet willen optreden voor een groep?

Wie meer houvast zoekt voor een opzet met opening, boekenhoek en activiteiten, kan goed verder met Kinderboekenweek in de klas: zo maak je er een feest van. Voor scholen die vaker rond één onderwerp werken, sluit werken met thema’s in de klas mooi aan bij de voorbereiding.

Omdat de Kinderboekenweek in september en oktober valt, kun je het thema ook rustig combineren met de sfeer van het seizoen. Een verhaalpodium tussen herfsttakken, een donkere voorleeshoek met zaklampen of een hoorspel met regen- en windgeluiden past prima. Meer seizoensideeën staan bij herfst in de klas.

Activiteiten die klein blijven

Niet elke klas heeft tijd voor een voorstelling. Juist korte werkvormen maken het thema bruikbaar op drukke dagen. Een paar ideeën die weinig voorbereiding vragen:

  • Boek in één houding: een leerling kiest een scène uit een boek en beeldt die uit. De klas stelt ja/nee-vragen.
  • Voorlezen met geluid: drie kinderen maken geluiden bij een fragment: voetstappen, deur, wind, applaus.
  • Personage op de stoel: één kind speelt een hoofdpersoon. De klas stelt vragen, het kind antwoordt vanuit de rol.
  • Gedicht met beweging: een kort gedicht krijgt drie vaste bewegingen die telkens terugkomen.
  • Boekentip in de spotlight: elke dag krijgt één kind dertig seconden om een boek aan te prijzen.

Maak de drempel laag. Een optreden van dertig seconden is voor veel kinderen spannender dan volwassenen denken. Spreek vooraf af dat lachen alleen mag als iets grappig bedoeld is, en dat applaus ook kan voor lef, niet alleen voor foutloos voordragen.

Thuis meedoen zonder podiumstress

Ook thuis kun je het thema gebruiken zonder verkleedkist of script. Lees een hoofdstuk voor en vraag je kind om één zin te zeggen zoals het personage die zou zeggen: boos, blij, fluisterend of alsof het op een groot podium staat. Dat kost twee minuten en maakt taal meteen levendiger. Wie het klein wil houden, vindt in Kinderboekenweek thuis meedoen als ouder ideeën voor een leesritueel zonder extra huiswerkgevoel.

Een andere simpele vorm is het familiepubliek. Laat je kind een boek kiezen en één stukje voorlezen aan iemand anders: een opa via videobellen, een buurkind, een knuffel op de bank. Voor beginnende lezers werkt een mop of versje vaak beter dan een lange bladzijde.

Kinderen die niet graag optreden, kunnen juist de maker zijn. Ze ontwerpen een toegangskaartje voor een denkbeeldige voorstelling, tekenen een decor bij een boek of kiezen muziek die bij een hoofdstuk past. Zo blijft Spot aan! verbonden met verhalen, zonder dat het licht altijd op het kind zelf hoeft te staan.