De landelijke intocht van Sinterklaas 2026 is op zaterdag 14 november in Grave, gemeente Land van Cuijk. De uitzending begint om 12.00 uur op NPO Zapp, dus voor de meeste scholen valt het kijkmoment buiten schooltijd. In de klas kun je de intocht vooral gebruiken als startpunt: even vooruitkijken op vrijdag, op maandag terugblikken en daarna kiezen voor een paar korte, rustige activiteiten.
De gegevens op een rij
Voor je iets plant, helpt het om de basis helder te hebben. De landelijke intocht van Sinterklaas 2026 is:
| Wat | Gegevens |
|---|---|
| Datum | zaterdag 14 november 2026 |
| Plaats | Grave |
| Gemeente | Land van Cuijk |
| Uitzending | vanaf 12.00 uur op NPO Zapp |
| Geschikt als klasactiviteit | vooral op vrijdag 13 november en maandag 16 november |
Omdat de intocht op zaterdag is, hoef je op school geen groot live-kijkprogramma te organiseren. Dat geeft juist ruimte. Je kunt kinderen op vrijdag voorbereiden met een kaart, een kort gesprek en misschien een kijkvraag voor thuis. Op maandag kun je terugpakken wat ze hebben gezien, gehoord of spannend vonden.
Wil je meer ideeën rond dit thema verzamelen, dan is de hub met Sinterklaasactiviteiten en achtergrond een handige plek om verder te kijken.
Vrijdag ervoor: maak het concreet, niet groter dan nodig
Op vrijdag 13 november kun je de intocht kort op de kaart zetten. Letterlijk, want Grave ligt niet voor ieder kind vanzelf op het netvlies. Pak een kaart van Nederland of open er één op het digibord. Laat kinderen zoeken: waar ligt Grave, in welke provincie ligt het, hoe ver is het ongeveer van school?
Een eenvoudige les van 20 minuten kan er zo uitzien:
- Zet de datum en plaats op het bord.
- Zoek Grave samen op de kaart.
- Vertel dat de uitzending zaterdag om 12.00 uur op NPO Zapp begint.
- Geef één kijkvraag mee: “Wat valt je op aan de plek waar Sinterklaas aankomt?”
- Laat kinderen voorspellen wat er goed zal gaan en wat misschien misloopt.
Voor groep 1 en 2 houd je het klein: de stoomboot, zwaaien, muziek, aankomen in een stad. Voor groep 7 en 8 kun je er meer laagjes aan geven. Waarom kiest een organisatie elk jaar een andere plaats? Wat moet een gemeente regelen voor zo’n evenement? Welke beroepen zie je terug bij een live-uitzending?
Maandag na de intocht: praten zonder dat het een kring van een uur wordt
Op maandag 16 november komen sommige kinderen vol verhalen binnen. Anderen hebben niets gezien, vonden het spannend of hebben er thuis weinig mee. Een korte, gestructureerde terugblik voorkomt dat het alle kanten op schiet.
Kies bijvoorbeeld voor drie rondes:
- Feit: wat weten we zeker? Datum, plaats, aankomst, uitzending.
- Opvallend: wat zag je dat je niet had verwacht?
- Vraag: wat wil je nog weten over de intocht, de stad of het Sinterklaasjournaal?
Laat kinderen eventueel eerst tekenen of steekwoorden opschrijven. Dat werkt prettiger voor kinderen die niet meteen in de kring willen vertellen. In de bovenbouw kun je de antwoorden op post-its laten verzamelen onder kopjes als “organisatie”, “traditie”, “media” en “verkeer”. Dan wordt de intocht meteen een lesje kijken naar nieuws en gebeurtenissen.
Kijk je in de klas een fragment terug, houd het kort. Tien minuten is vaak genoeg om het gesprek te voeren. Bij jonge kinderen is één duidelijk fragment beter dan een lange uitzending met veel prikkels.
Activiteiten per bouw
De intocht leent zich voor taal, rekenen, wereldoriëntatie en creatief werken. Kies liever één activiteit die goed past bij je groep dan vier halve opdrachten waar niemand echt in komt.
| Groep | Activiteit | Duur | Materiaal |
|---|---|---|---|
| 1-2 | Bouw een aankomstplek met blokken, boot, kade en publiek | 30 min | blokken, poppetjes, blauw papier |
| 3-4 | Maak een beeldverhaal van de intocht in 4 vakken | 25 min | tekenblad, potlood, kleurmateriaal |
| 5-6 | Schrijf een nieuwsbericht: wie, wat, waar, wanneer, hoe | 30 min | schrijfschrift of laptop |
| 7-8 | Ontwerp een draaiboek voor een veilige intocht in de eigen woonplaats | 45 min | papier, kaart, takenlijst |
Bij kleuters werkt spel vaak beter dan praten. Laat ze de intocht naspelen: de boot komt aan, de burgemeester ontvangt Sinterklaas, kinderen zingen, iemand wijst de weg. Meer ideeën voor jonge kinderen staan in het artikel over Sinterklaas met kleuters, vooral als je het thema rustig wilt opbouwen in de huishoek of bouwhoek.
In groep 3 en 4 kun je de intocht koppelen aan beginnende geletterdheid: stempel of schrijf woorden als boot, staf, paard, stad, zak, vlag. Laat kinderen zinnen maken bij hun tekening. Niet elk woord hoeft foutloos; het doel is vertellen en ordenen.
Voor groep 5 tot en met 8 is de intocht een mooie kapstok voor kritisch kijken. Wat zie je in beeld? Wat hoor je van de verslaggever? Wat gebeurt er waarschijnlijk achter de schermen? Kinderen vinden het vaak verrassend hoeveel planning er achter één feestelijk uur televisie zit.
Reken- en taalkansen zonder kunstgrepen
Een Sinterklaasthema kan snel aanvoelen als “gewone les met een mijter erop”. Dat hoeft niet. Gebruik de intocht alleen waar het echt past.
Bij rekenen kun je werken met afstanden, tijden en aantallen. Hoe lang duurt het nog tot 5 december? Hoeveel dagen zitten er tussen de intocht en pakjesavond? Hoe laat begint de uitzending als de klok op 12.00 uur staat? In de middenbouw kun je tellen en klokkijken koppelen aan het programma. In de bovenbouw kun je een globale route of planning laten maken.
Voor meer rekenwerk dat bij het thema past, kun je aansluiten bij rekenen met pepernoten. Dat is vooral handig als je na de intocht korte oefenmomenten zoekt met meten, verdelen of tafels.
Bij taal kun je denken aan:
- een ansichtkaart aan Sinterklaas vanuit Grave;
- een interview met een kind dat bij de intocht stond;
- een woordweb rond “aankomst”;
- een kort nieuwsbericht voor de schoolsite;
- een gedichtje bij een tekening van de stoomboot.
Ga je later in de periode lootjes trekken of surprises voorbereiden, dan sluit het schrijven van rijm en korte teksten vanzelf aan. Het artikel over Sinterklaasgedichten schrijven geeft daarvoor houvast, zeker voor kinderen die bij het eerste rijmwoord al vastlopen.
Houd rekening met spanning in de klas
De intocht is voor veel kinderen feestelijk, maar in november kan de sfeer ook wiebelig worden. Er is geheimzinnigheid, er zijn verwachtingen, thuis gebeurt niet overal hetzelfde en sommige kinderen slapen slechter. Je merkt dat vaak aan drukker gedrag, sneller huilen of eindeloos vragen stellen.
Een paar afspraken helpen:
- Werk met een zichtbare kalender tot 5 december.
- Vertel wanneer je wél en niet over Sinterklaas werkt.
- Houd verrassingen beperkt en voorspelbaar.
- Spreek af dat kinderen thuisverhalen mogen delen, maar niemand hoeft mee te doen aan geloofsdiscussies.
- Plan na een druk moment iets rustigs: tekenen, lezen, bouwen of zelfstandig werken.
Wil je de periode bewust kalm houden, dan past het artikel over rust in de sinterklaastijd goed bij de voorbereiding. Vooral voor kleuters en groep 3 is voorspelbaarheid vaak belangrijker dan nog een extra activiteit.
Een klein draaiboek voor de klas
Met een kort draaiboek voorkom je dat de intochtweek uitgroeit tot een los zandpakket. Dit schema kun je bijna één-op-één gebruiken.
Week van 9 november 2026
Kies één moment om het onderwerp te openen. Vertel dat de landelijke intocht op zaterdag 14 november in Grave is. Hang een kaartje of pictogram op de kalender. In de onderbouw kun je een boot of vlaggetje toevoegen; in de bovenbouw noteer je ook “gemeente Land van Cuijk” en “NPO Zapp, 12.00 uur”.
Vrijdag 13 november
Doe een korte kaartactiviteit en geef een kijkvraag mee. Maak er geen opdracht van die thuis afgetekend moet worden. Sommige kinderen kijken niet, en dat moet op maandag geen probleem worden.
Maandag 16 november
Start met een terugblik van maximaal 15 minuten. Kies daarna één verwerkingsopdracht: tekenen, schrijven, rekenen of bouwen. Rond af met iets zichtbaars in de klas, bijvoorbeeld een kaart van Nederland met een prikker bij Grave of een klein prikbord met nieuwsberichten.
De weken erna
Gebruik het thema gedoseerd. Een paar vaste momenten werken beter dan elke dag nieuwe prikkels. Het Sinterklaasjournaal kan daarbij een rol spelen, vooral als je afspraken maakt over kijktijd en nabespreking. Het artikel over het Sinterklaasjournaal in de klas helpt om dat niet te laten ontsporen in eindeloze voorspellingen en speculaties.
Een goede intochtactiviteit hoeft niet groot te zijn. Als kinderen weten wanneer de intocht is, waar Grave ligt en ze één betekenisvolle opdracht hebben gedaan, heb je genoeg basis gelegd voor een fijne Sinterklaasperiode in de klas.



