Tafels oefenen: sommige kinderen vinden het heerlijk, andere kinderen krijgen al jeuk bij het woord alleen. En dan heb je nog die ene leerling die bij elke som héél lang naar het plafond kijkt, alsof daar het antwoord op 6 x 8 hangt. Met de hele klas oefenen werkt het fijnst als het kort, actief en een beetje speels blijft.
Deze werkvormen kosten weinig voorbereiding en zijn makkelijk aan te passen aan groep 4 tot en met 8. Kies één tafel, een mix van tafels of juist de lastige sommen die steeds blijven struikelen. Voor andere rekenvaardigheden die stap voor stap moeten inslijpen, zoals leren klokkijken, werkt dezelfde korte oefenaanpak vaak ook goed.
Even uit de stoel: tafels met beweging
1. Tafel-estafette op het bord
Geschikt voor groep 4 t/m 8. Reken op 10 minuten. Je hebt alleen het bord nodig en twee of drie stiften.
Verdeel de klas in teams. Zet voor elk team dezelfde rij sommen op het bord, bijvoorbeeld:
- 4 x 6 =
- 7 x 8 =
- 9 x 3 =
- 6 x 6 =
- 8 x 4 =
De eerste leerling van elk team rent naar het bord, vult één antwoord in en geeft de stift door. De rest van het team mag zacht overleggen, maar niet schreeuwen alsof Nederland net een penalty mist. Als alle sommen ingevuld zijn, controleer je samen.
Maak het eerlijker door niet alleen snelheid te belonen. Een team krijgt bijvoorbeeld 1 punt per goed antwoord en 2 extra punten als alle antwoorden kloppen. Dan heeft rustig rekenen ook zin.
Valkuil: kinderen gaan soms gokken om sneller te zijn. Laat ze daarom na afloop één som uitleggen. Gewoon kort: “Hoe wist je dat 7 x 8 = 56?” Als niemand het weet, telt dat punt niet. Opeens wordt er een stuk minder wild gegokt.
2. Sta-zit-flitsen
Deze kan tussendoor, vlak na de pauze of als je merkt dat de rekenles langzaam inzakt. Duur: 5 minuten. Geen materiaal nodig.
Alle kinderen staan achter hun stoel. Jij noemt een som. Wie het antwoord weet, gaat zitten zodra jij “nu” zegt. Daarna noem je willekeurig een leerling die het antwoord geeft. Goed? Iedereen die zat, blijft zitten. Fout? Dan staat iedereen weer op en probeer je een nieuwe som.
Je kunt dit ook omdraaien: iedereen zit, bij een antwoord uit de tafel van 6 staan ze op. Noem dan niet alleen tafelsommen, maar ook losse getallen. Bij 42 springen ze op, bij 41 blijven ze zitten. Dat houdt ze wakker.
Voor groep 4 begin je met de tafels van 2, 5 en 10. In groep 5/6 kun je 3, 4, 6 en 8 mengen. In de bovenbouw werkt dit goed als onderhoud, bijvoorbeeld met deelsommen: “56 gedeeld door 7.”
Wordt je klas hier erg wiebelig van? Zet een duidelijke regel: voeten blijven achter de stoel. Wie rent, doet één ronde zittend mee. Niet als straf met tromgeroffel, gewoon rustig. Soms heeft een werkvorm een hek nodig.
Zoek je meer korte beweegmomenten voor tussen lessen door, dan passen deze 10 energizers voor tussen de lessen door er mooi naast.
Snelle rondes met wisbordjes
3. Het wisbordjes-dictee
Geschikt voor groep 4 t/m 8. Duur: 8 tot 12 minuten. Nodig: wisbordjes of kladpapier, stiften en eventueel een timer.
Jij noemt een som, de kinderen schrijven alleen het antwoord op. Na een paar seconden gaan alle bordjes omhoog. Je ziet meteen waar het misgaat, zonder dat je twintig schriften hoeft door te bladeren.
Werk in blokjes van vijf sommen. Na elk blok bespreek je één lastige som. Niet alle vijf, want dan ben je je tempo kwijt. Kies bijvoorbeeld de som waar veel verschillende antwoorden bij verschenen. Bij 7 x 6 zie je vaak 36, 42 en soms 48 langskomen. Mooie kans om samen de denkstap te pakken: 5 x 7 = 35, nog 1 x 7 erbij is 42.
Een fijne variant: laat kinderen na het antwoord ook een klein symbool zetten.
- smiley: ik wist hem meteen
- streepje: ik moest nadenken
- vraagteken: ik gokte eigenlijk maar wat
Dat is snel en eerlijk. Kinderen hoeven niet hardop te zeggen dat ze de tafel van 8 nog wiebelig vinden, maar jij ziet het wel.
4. De foute leerkracht
Deze vinden veel klassen heerlijk, omdat jij expres fouten maakt. Eindelijk.
Schrijf een rijtje tafelsommen op het bord met antwoorden erbij. Ongeveer de helft is goed, de rest fout. De kinderen werken in tweetallen en zoeken de fouten. Daarna verbeteren ze de sommen.
Voorbeeld:
- 6 x 7 = 42
- 8 x 4 = 36
- 9 x 5 = 45
- 7 x 3 = 24
- 6 x 6 = 36
Laat ze niet alleen “fout” opschrijven, maar ook het goede antwoord. Nog sterker: laat ze bij één fout uitleggen hoe ze het controleerden. Sommige kinderen gebruiken de omkeersom, andere kinderen bouwen op vanaf een makkelijke tafel. Allemaal prima, zolang het werkt.
Voor groep 3/4 kun je dit doen met tafels van 2, 5 en 10. In groep 7/8 kun je er kommagetallen of breuken aan koppelen, maar houd het bij tafeloefening als dat je doel is. Anders wordt het zo’n les waarin je drie dingen tegelijk wilde doen en aan het eind niemand meer weet wat de bedoeling was.
Spelvormen die je goed kunt sturen
5. Tafelbingo
Geschikt voor groep 4 t/m 8. Duur: 15 minuten. Nodig: bingokaartjes of een leeg raster van 3 bij 3.
Laat de kinderen negen antwoorden invullen uit een bepaalde tafel of uit een set tafels. Bij de tafel van 6 kunnen dat bijvoorbeeld 6, 12, 18, 24, 30, 36, 42, 48 en 54 zijn. Jij noemt sommen, niet de antwoorden. Dus jij zegt “7 x 6” en de kinderen kruisen 42 aan.
Wil je het iets pittiger maken, laat ze zelf hun raster vullen met antwoorden uit de tafels van 6, 7 en 8. Dan moeten ze bij elke som echt luisteren. Bij bingo roepen ze niet alleen “bingo”, maar lezen ze hun rij voor met som en antwoord. Zo vang je meteen vergissingen af.
Valkuil: sommige kinderen schrijven antwoorden over van hun buur. Geef daarom ieder kind een eigen volgorde of laat ze de getallen zelf plaatsen. Bij een lege 3-bij-3-kaart is dat zo geregeld.
6. Levend tafelmemory
Dit is memory zonder dat iedereen op de grond hoeft te liggen tussen kaartjes die na drie minuten door de hele klas zwerven. Geschikt voor groep 4 t/m 6, met aanpassing ook voor de bovenbouw. Duur: 15 tot 20 minuten. Nodig: kaartjes met sommen en antwoorden.
Maak paren: op het ene kaartje staat 8 x 7, op het andere 56. Deel de kaartjes uit. Kinderen lopen door de klas en zoeken hun maatje. Als ze denken dat ze een paar hebben, gaan ze samen zitten.
Daarna komt de controle. Elk paar leest de som voor en noemt het antwoord. De klas steekt een duim op als het klopt. Bij twijfel mag iemand uitleggen.
Voor meer uitdaging geef je sommige antwoorden die bij meerdere sommen passen. 24 kan horen bij 3 x 8, 4 x 6, 6 x 4 en 8 x 3. Dan moeten kinderen niet alleen een antwoord vinden, maar ook precies de juiste som. Dat geeft fijne rekengesprekjes, zonder dat je een heel kringgesprek hoeft op te tuigen.
Maak duidelijke loopregels. Kaart voor je borst, rustig lopen, fluisterstem. Anders verandert memory in een soort bruiloftsreceptie waar iedereen door elkaar roept.
Ritme helpt bij tafels die blijven plakken
7. Tafelritme met klappen en stampen
Geschikt voor groep 4 en 5, maar stiekem doen oudere kinderen soms net zo hard mee als je het niet te kinderachtig brengt. Duur: 5 tot 10 minuten. Geen materiaal nodig.
Kies één tafel. Spreek een ritme af: klap, klap, stamp. Op de klappen zeg je de som, op de stamp het antwoord.
Bij de tafel van 4 wordt dat:
“Klap-klap-stamp: 1 keer 4 is 4.” “Klap-klap-stamp: 2 keer 4 is 8.”
Na twee rondes laat je woorden weg. Jij zegt alleen “3 keer 4 is…” en de klas stampt “12”. Daarna laat je ook de som weg en tel je alleen: “3!” De klas: “12!”
Het klinkt simpel, en dat is precies de kracht. Vooral kinderen die tafels moeilijk automatiseren, hebben soms houvast aan ritme. Let wel op dat het niet te lang doorgaat. Na vijf minuten is fris oefenen. Na vijftien minuten heb je een percussiegroep met rekenstress.
Een rustige variant: vingers tikken op tafel in plaats van klappen en stampen. Handig als de collega naast je net een dictee afneemt.
Veel oefentijd met een tafelmarkt
8. Tafelmarkt in hoeken
Geschikt voor groep 5 t/m 8. Duur: 25 tot 35 minuten. Nodig: vier opdrachten, timers en eventueel antwoordkaartjes.
Verdeel de klas in vier groepen. Elke hoek heeft een korte tafeltaak. Na 6 minuten schuift iedereen door. Kies taken die weinig uitleg vragen, anders ben je de hele ronde brandjes aan het blussen.
Een voorbeeldopzet:
- Hoek 1: flitskaartjes in tweetallen, som voorlezen en antwoord geven.
- Hoek 2: tafelpuzzel, sommen koppelen aan antwoorden.
- Hoek 3: dobbeltafels, twee dobbelstenen gooien en vermenigvuldigen.
- Hoek 4: lastige-sommen-lijst, samen vijf struikelsommen oefenen en verbeteren.
Bij dobbeltafels kun je gewone dobbelstenen gebruiken voor groep 4/5. Voor hogere groepen neem je tienzijdige dobbelstenen, kaartjes met getallen of een zelfgemaakte spinner. Geen spinner? Een paperclip en een potlood op een cirkel met getallen werkt ook. Niet mooi, wel bruikbaar.
Zet bij elke hoek een voorbeeldsom neer. Dat scheelt drie keer dezelfde vraag. Laat één leerling per groep materiaalbaas zijn, die zorgt dat de kaartjes blijven liggen en de stiften niet spoorloos verdwijnen. Want tafels oefenen is mooi, maar niemand wil na schooltijd onder kasten zoeken naar de enige paarse whiteboardstift.
Werk je graag met korte, haalbare werkvormen, dan kun je op de categoriepagina Lesideeën meer van dit soort klasactiviteiten verzamelen voor je weekplanning.
Kies bij de eerste keer niet meteen alle acht werkvormen in één week. Pak één tafel die aandacht nodig heeft en herhaal dezelfde vorm twee of drie keer. Kinderen worden sneller in een werkvorm als ze niet steeds hoeven te vragen wat de bedoeling is. En jij houdt genoeg hoofdruimte over voor de rest van de dag, inclusief die mysterieuze gymtas die al sinds dinsdag bij de kapstok hangt.



