De bel is gegaan, de jassen hangen half aan de kapstok en iemand heeft nog zand in de sok. Na de pauze of gym wil je graag door, maar je klas staat nog in de renstand. Deze rustige tussendoortjes helpen om de landing zachter te maken, zonder dat je eerst tien minuten hoeft te sussen.

De stille start op tafel

Dit is een fijne voor groep 3 t/m 8, vooral na een drukke pauze. Reken op 5 tot 8 minuten. Je hebt alleen iets kleins nodig op tafel: een wisbordje, kladpapier, een potlood of een opdrachtkaartje.

Zet vóór de pauze al iets klaar op het bord. Zodra de kinderen binnenkomen, weten ze: jas ophangen, naar je plek, beginnen. Geen uitleg, geen kring, geen hele show. Gewoon landen met de handen bezig en de mond even dicht.

Voorbeelden die goed werken:

  • teken drie dingen die je net buiten hebt gezien
  • schrijf vijf woorden met de letter van vandaag
  • maak een mini-doolhof voor je buur
  • los één rustige rekenpuzzel op
  • kleur een patroon af met maar twee kleuren

Bij kleuters kan dit ook, maar dan met een mandje op tafel. Bijvoorbeeld een klein bakje kralen om te sorteren, een puzzelstukje zoeken, een vorm natekenen of een kaartje met “maak deze toren na”. Houd het simpel. Als je er eerst uitleg bij moet geven, ben je het rustige effect alweer kwijt.

De valkuil: te veel keuze. Dan krijg je meteen overleg, ruilen, “juf, mag ik deze?” en een kind dat ineens lijm nodig heeft. Kies één opdracht voor iedereen, of leg per tafel hetzelfde klaar. Saai is hier geen probleem. Saai is soms precies wat je nodig hebt.

Ademhalen zonder zweverig gedoe

Ademhalingsoefeningen kunnen heerlijk werken, zolang je het niet te groot maakt. Voor groep 1 t/m 8 kun je dit in 2 tot 4 minuten doen. Geen materiaal nodig, al helpt een zandloper of timer soms om het kader helder te maken.

Noem het liever iets als “we zetten ons lijf weer op rustig” dan een lange uitleg over ademhaling. Na gym hebben kinderen vaak nog rode wangen, snelle stemmen en armen die alle kanten op willen. Je hoeft dat niet weg te praten. Je geeft alleen een korte route terug naar normaal.

Een oefening die bijna altijd lukt:

  1. Voeten plat op de grond.
  2. Handen op je buik of op tafel.
  3. Adem in alsof je aan warme soep ruikt.
  4. Adem uit alsof je de soep voorzichtig afkoelt.
  5. Herhaal dit vijf keer.

Bij kleuters kun je er een knuffel bij pakken. De knuffel ligt op de buik en gaat rustig omhoog en omlaag. In de bovenbouw werkt “vier tellen in, zes tellen uit” vaak beter, zeker als je het kort houdt en er niet te plechtig van maakt. Zodra het voelt als een voorstelling, ben je ze kwijt.

Een handige zin: “Je hoeft het niet prachtig te doen, je doet gewoon even mee.” Dat haalt de druk eraf bij kinderen die van alles een grap willen maken. En ja, er zal altijd iemand overdreven hard uitblazen alsof er een stormwaarschuwing is. Even aankijken, klein glimlachje, door.

Luistertekenen

Luistertekenen is een rustige overgang tussen bewegen en werken. Geschikt voor groep 2 t/m 8, met kleine aanpassingen. Duur: 5 tot 10 minuten. Materiaal: papier en potlood, eventueel kleurpotloden.

Jij geeft korte tekenopdrachten, de kinderen tekenen zonder te praten. Het fijne is dat iedereen bezig is, maar niemand hoeft iets te presteren. Het gaat niet om mooi. Het gaat om luisteren, vertragen en weer op je plek komen.

Voor groep 2/3 kun je opdrachten geven als:

  • teken een groot rond hoofd
  • geef het twee kleine oren
  • teken drie haren bovenop
  • zet er een hoed naast

Voor groep 4 t/m 8 mag het iets gekker of preciezer:

  • teken een huis met drie ramen, maar geen deur
  • teken links van het huis een boom die scheef staat
  • zet op het dak iets dat daar eigenlijk niet hoort
  • teken in de lucht precies zeven stippen

Houd je stem rustig en laat steeds een paar seconden stilte vallen. Dat voelt in het begin misschien traag, maar die traagheid is precies het punt. Na afloop kun je twee tekeningen laten zien, als dat past. Maak er geen uitgebreide bespreking van, want dan zit je klas zo weer in de praatstand.

Bij een klas die snel roept “ik kan niet tekenen” helpt deze afspraak: alles wat op papier komt, is goed. Een scheve boom is nog steeds een boom. Een huis zonder deur is juist onderdeel van de opdracht. Dat scheelt discussie.

De vijf-zintuigen-check

Deze werkt goed na buitenspelen, een ruzietje op het plein of een gymles waarin de bal nét iets te vaak tegen iemands hoofd kwam. Geschikt voor groep 3 t/m 8. Duur: 3 tot 5 minuten. Geen materiaal nodig.

Laat de kinderen zitten en noem rustig de stappen. Ze hoeven niets hardop te zeggen, tenzij jij dat wilt.

Vraag ze om in stilte te zoeken naar:

  • vijf dingen die je ziet
  • vier dingen die je voelt, zoals je stoel, je trui of je schoenen
  • drie dingen die je hoort
  • twee dingen die je ruikt
  • één ding dat je nu nodig hebt om weer te kunnen beginnen

Dat laatste hoeft geen groot gesprek te worden. Soms is het antwoord gewoon water drinken, je etui pakken of even rechtop zitten. Je kunt een paar kinderen zacht laten delen, maar alleen als de sfeer daar rustig genoeg voor is.

Voor kleuters maak je hem korter: “Noem in je hoofd drie dingen die je ziet. Voel je voeten. Luister naar één geluid.” Meer hoeft niet. Kleuters hebben vaak al hard genoeg gewerkt aan binnenkomen, jas ophangen en niet over de laarzen van een ander vallen.

Een valkuil is dat kinderen er een raadspel van maken. “Ik hoor iets, wat is het?” Leuk, maar niet nu. Zeg vooraf: “Het blijft in je hoofd. We hoeven het niet te raden.” Dan blijft het een rustmoment.

Voorlezen als rempedaal

Voorlezen na de pauze klinkt bijna te simpel, maar het is een van de snelste manieren om de groep mee omlaag te krijgen. Vooral in groep 1 t/m 6 werkt dit fijn. In de bovenbouw kan het ook, als je een boek hebt waar ze echt in zitten. Duur: 5 tot 12 minuten. Materiaal: een boek dat klaar ligt.

De truc zit in het tempo. Niet eerst boek zoeken, bladzijde kwijt, stem verheffen omdat drie kinderen nog staan. Leg het boek klaar op je bureau met een boekenlegger erin. Spreek je routine af: binnenkomen, zitten, waterfles dicht, ogen naar het boek of hoofd op armen. Dan begin je.

Kies na gym liever geen fragment met achtervolgingen, gevechten of hysterische grapjes. Dat kan op een ander moment. Pak een hoofdstuk met sfeer, verwondering of een klein probleem. Bij kleuters werkt een prentenboek met herhaling goed. Bij groep 5/6 doet een spannend boek het prima, maar stop dan niet precies op het moment dat iemand van een klif hangt. Je kent het geluid dat daarna komt.

Je kunt ook fluistervoorlezen proberen. Jij leest zachter dan normaal, waardoor kinderen vanzelf beter moeten luisteren. Niet als straf, gewoon als sfeer. Als je klas daar gevoelig voor is, werkt het bijna belachelijk goed.

Wie juist energizers zoekt om de klas wakker te schudden in plaats van af te remmen, kan deze bewaren voor een ander moment: 10 energizers voor tussen de lessen door. Na gym wil je vaak de andere kant op: van stuiterbal naar potloodhouding.

Een vaste landingsroutine

Losse tussendoortjes zijn handig, maar na een tijdje wil je niet steeds iets nieuws hoeven bedenken. Maak daarom één vaste routine voor na pauze of gym. Geschikt voor alle groepen. Duur: 5 minuten, langer hoeft meestal niet. Materiaal: wat jij kiest, maar houd het steeds hetzelfde.

Een voorbeeldroutine voor groep 4 t/m 8:

  1. Binnenkomen en zitten.
  2. Eén minuut stille start op tafel.
  3. Drie rustige ademhalingen.
  4. Korte instructiezin: “We pakken nu ons schrift.”

Voor kleuters kan het zo:

  1. Naar je plek in de kring.
  2. Handen op je knieën.
  3. Luisteren naar één kort versje of klankschaal.
  4. Wijs naar wat er nu gaat gebeuren: fruit, verhaal, werkje.

Het mooie van een vaste routine is dat je minder hoeft te praten. En minder praten van jouw kant betekent vaak minder terugpraten van de klas. Zet de stappen eventueel met pictogrammen op het bord. Niet als groot project, gewoon als geheugensteuntje.

Na een pittige gymles kun je de routine iets verlengen met water drinken. Maak daar wel een duidelijke afspraak van: fles pakken, drie slokken, fles weg. Anders verandert het in een complete waterbar met commentaar op elkaars doppen.

Meer korte werkvormen voor tussendoor kun je verzamelen via de categorie energizers en tussendoortjes. Plak er voor jezelf een briefje bij: “na pauze = rustig, niet grappig ingewikkeld”. Dat briefje redt je op dagen waarop de helft van je klas nog met één voet op het plein staat.