Kerstkaarten maken met kinderen werkt het best als je de opdracht klein genoeg houdt. Eén duidelijke techniek, een beperkte materiaalkeuze en een echt doel, bijvoorbeeld een kaart voor thuis, de buren of bewoners van een verzorgingshuis. Dan wordt het geen knutselmiddag met twintig losse stapjes, maar een fijne les waarin kinderen iets persoonlijks maken.
Kies eerst het doel van de kerstkaart
Een kerstkaart wordt sterker als kinderen weten voor wie ze hem maken. Dat helpt bij de tekst, maar ook bij de zorg waarmee ze werken. Een kaart voor opa en oma vraagt iets anders dan een kaart voor de klasgenoot naast je.
Je kunt kiezen uit drie duidelijke doelen:
- Een kaart voor thuis: veilig en persoonlijk, vooral prettig in groep 1 tot en met 4.
- Een kaart voor iemand in de school: denk aan de conciërge, onderwijsassistent, directeur of een andere groep.
- Een kaart voor buiten school: bewoners van een verzorgingshuis, vrijwilligers, buren van de school of mensen die rond kerst weinig bezoek krijgen.
Bij dat laatste doel is een korte voorbereiding fijn. Bespreek met de klas dat de tekst vriendelijk en algemeen blijft: “Wij wensen u fijne dagen” werkt beter dan een heel persoonlijk verhaal aan iemand die je niet kent.
Wil je kerstkaarten koppelen aan andere decemberactiviteiten, kijk dan ook bij het thema kerst. Daar passen kaarten mooi bij een kerstviering, kerstontbijt of rustige laatste schoolweek.
Materiaal: houd de tafel overzichtelijk
Kerstkaarten maken loopt vaak uit de hand omdat er te veel materiaal tegelijk op tafel ligt. Glitter, watten, lint, stickers, stiften, verf en lijm in één ronde klinkt gezellig, maar het vertraagt vooral. Kies liever één hoofdtechniek en leg extra’s pas neer als de basis af is.
Een handige basisset per groepje van vier kinderen:
- 4 dubbele kaarten van stevig papier of karton
- restjes gekleurd papier, maximaal drie kleuren
- scharen en lijmstiften
- zwarte fineliners of dunne stiften
- één bakje met versiering, zoals sterren, ponsfiguren of kleine stukjes lint
Voor jongere kinderen kun je kaarten alvast vouwen. In groep 5 tot en met 8 kunnen kinderen dat zelf, zeker als je één voorbeeld laat zien: papier recht leggen, hoeken op elkaar, vouw scherp strijken met de zijkant van je hand.
Werk je met verf of stempels? Leg dan één verftafel of stempelstation in, niet op elke tafel. Kinderen lopen om de beurt langs. Dat scheelt vlekken, wachttijd en zuchten.
Ideeën per groep: van eenvoudig naar uitdagend
Kerstkaarten maken kan in alle groepen, maar de opdracht moet passen bij wat kinderen motorisch en talig aankunnen. Deze indeling geeft houvast zonder dat je voor elke groep een nieuwe les hoeft te bedenken.
| Groep | Kaartidee | Duur | Wat oefen je erbij? |
|---|---|---|---|
| 1-2 | Vingerafdruk-kerstballen of een gescheurde kerstboom | 25-35 min | fijne motoriek, kleuren kiezen, vertellen over je kaart |
| 3-4 | Kaart met uitgeknipte vormen en een korte wens | 35-45 min | knippen, plakken, eerste zinnen schrijven |
| 5-6 | Pop-upkaart of kaart met patroonrand | 45-60 min | meten, plannen, nette afwerking |
| 7-8 | Kaart met handlettering, grapje of gedichtje | 45-60 min | tekstdoel, lay-out, persoonlijke toon |
Groep 1-2: scheuren en plakken
Laat kleuters een kerstboom maken van gescheurde stroken groen papier. Ze plakken de stroken van breed naar smal op de voorkant van de kaart. Bovenop komt een ster, onderaan eventueel een stam. Wie klaar is, mag met witte verf sneeuwstipjes maken met een wattenstaafje.
Schrijf de kerstwens voor of laat kinderen hun naam naschrijven. Een korte zin is genoeg: “Fijne kerst” of “Voor papa en mama”.
Groep 3-4: vormenkaart met tekst
Geef kinderen een mal van een ster, kerstbal of huisje. Ze trekken de vorm over, knippen hem uit en maken er een compositie mee op de kaart. Laat ze eerst los neerleggen, pas daarna plakken. Dat kleine tussenstapje voorkomt veel scheve kaarten met spijt.
De binnenkant krijgt een korte wens. Voor groep 3 kun je zinstarters op het bord zetten:
- Ik wens je …
- Fijne kerst en …
- Lieve …, deze kaart is voor jou omdat …
Groep 5-6: pop-up zonder ingewikkeld vouwwerk
Een simpele pop-upkaart lijkt spectaculair, maar is goed te doen. Vouw een A4 in de breedte dubbel. Knip in de vouw twee even lange sneetjes, bijvoorbeeld van 3 centimeter. Duw het strookje naar binnen, zodat er een opstapje ontstaat. Daarop plakken kinderen een kerstboom, ster of klein huisje.
Laat kinderen eerst oefenen op kladpapier. Eén proefkaart voorkomt dat je na tien minuten een rij kinderen bij je tafel hebt met verkeerd geknipte vouwen.
Groep 7-8: kaart met ontwerpkeuzes
Bovenbouwleerlingen willen vaak meer vrijheid, maar hebben nog steeds kaders nodig. Geef drie eisen:
- de kaart heeft een duidelijke voorkant;
- de binnenkant bevat een passende wens van minimaal drie zinnen;
- kleur, lettertype en versiering passen bij elkaar.
Je kunt de klas kort voorbeelden laten bekijken: rustig, grappig, klassiek, modern. Laat ze daarna een mini-schets maken in hun schrift. Pas als die klopt, pakken ze karton.
Maak er ook een taalles van
Kerstkaarten maken hoeft geen losse knutselles te zijn. De tekst op de kaart is een mooie korte schrijfopdracht, juist omdat kinderen weinig ruimte hebben. Ze moeten kiezen wat ze willen zeggen.
Bespreek eerst het verschil tussen een kaart voor iemand die je goed kent en een kaart voor iemand die je niet kent. Zet twee voorbeelden op het bord:
Persoonlijk:
Lieve oma, ik vond het fijn dat we samen koekjes bakten. Ik hoop dat u een gezellige kerst heeft. Veel liefs, Noor.
Algemeen:
Beste meneer of mevrouw, wij wensen u fijne kerstdagen en een goed nieuw jaar. Hartelijke groet, groep 6.
In groep 5 tot en met 8 kun je kinderen laten letten op aanhef, hoofdletters, leestekens en afsluiting. Voor groep 3 en 4 is één nette zin al genoeg. Wie meer met taal rond kerst wil doen, kan het kaarten maken combineren met kerstverhalen voorlezen: na het verhaal kiezen kinderen een personage aan wie ze een kaart zouden willen sturen.
Ook handig: laat kinderen eerst op een los strookje schrijven. Dat strookje plak je later in de kaart. Zo blijft de kaart netjes, ook als een kind drie keer opnieuw begint met “Fijne ke…”.
Rustige werkvormen voor een drukke decemberweek
Kerstkaarten maken past goed in de laatste weken voor de vakantie, maar juist dan is de klas vaak sneller vol in het hoofd. Een werkvorm met vaste rondes helpt.
Een rustige opbouw voor 45 minuten:
- 5 minuten kijken: toon één voorbeeldkaart en bespreek de stappen.
- 10 minuten basis maken: vouwen, voorkant kiezen, vormen knippen of scheuren.
- 15 minuten afwerken: plakken, tekenen, versieren.
- 10 minuten tekst schrijven: eerst op klad, daarna in de kaart.
- 5 minuten opruimen en drogen: kaarten op één vaste plek leggen.
Laat niet iedereen tegelijk naar materiaal lopen. Zet per tafel een materiaalchef aan, of werk met een haalbak. Klinkt schools, werkt heerlijk.
Zoek je meer activiteiten die de klas rustig houden in december, dan sluit dit goed aan bij de laatste schoolweek voor kerst. Kerstkaarten zijn daar vooral geschikt voor een ochtend waarin je iets wilt afronden zonder meteen een groot project te starten.
Variaties die weinig voorbereiding vragen
Niet elke kaart hoeft een knutselwerk met lagen, lintjes en droogtijd te worden. Juist eenvoudige technieken leveren vaak de mooiste resultaten op, zeker als kinderen netjes werken.
Stempelkaart met kurk
Doop een kurk in witte verf en stempel sneeuw op donkerblauw karton. Met zwarte fineliner tekenen kinderen later een huisje, boom of rendier erbij.
Restjeskaart
Knip stroken cadeaupapier of gekleurd papier in driehoeken. Kinderen maken er kerstbomen van. Dit is fijn na een eerdere knutselles, omdat je restmateriaal gebruikt.
Raamkaart
Knip een rechthoek uit de voorkant van de kaart. Plak aan de binnenkant vliegerpapier of dun gekleurd papier. Als de kaart voor het raam staat, schijnt er licht doorheen.
Kerstbal met patroon
Teken een grote cirkel op de voorkant. Kinderen vullen de cirkel met lijnen, stippen, ruitjes of kleine figuurtjes. In groep 7 en 8 kun je hier handlettering bij laten gebruiken.
Kaart als naamkaartje
Maak kleine dubbele kaartjes voor op tafel. Handig als je ook een kerstontbijt organiseert. Bij een groter ontbijt kun je de kaartjes koppelen aan de praktische planning uit een kerstontbijt op school organiseren.
Wil je na deze kaarten nog verder knutselen, dan passen kerstknutsels voor in de klas goed als vervolg. Kies dan liever één extra opdracht dan een hele carrousel; december is al vol genoeg.
Kaarten uitdelen zonder gedoe
Bedenk vooraf wat er met de kaarten gebeurt. Dat klinkt simpel, maar het voorkomt teleurstelling. Een kaart die nog nat is om drie uur, gaat niet handig mee in een schooltas.
Bij kaarten voor thuis leg je ze op naam te drogen. Laat kinderen hun naam klein op de achterkant zetten, niet groot op de voorkant als dat niet bij het ontwerp past. Bij kaarten voor een verzorgingshuis of andere groep kun je één verzameldoos maken. Spreek af wie de kaarten brengt en wanneer.
Maak je kaarten voor klasgenoten, voorkom dan dat sommige kinderen drie kaarten krijgen en andere geen. Werk met lootjes of laat ieder kind één kaart maken voor een willekeurige klasgenoot. De opdracht kan dan zijn: schrijf iets aardigs dat echt bij die persoon past. Eén concrete zin is genoeg: “Ik vind het knap dat jij vaak doorzet met rekenen” zegt meer dan alleen “Je bent aardig”.
Een mooie extra is een mini-tentoonstelling van tien minuten. Leg de kaarten open op de tafels, laat de klas rustig rondlopen en geef ieder kind een complimentkaartje of sticky note om bij één werk neer te leggen. Niet stemmen op de mooiste kaart. Wel kijken naar aandacht, idee en afwerking. Daar worden kaarten beter van, en de sfeer meestal ook.



